© Antoine Brynaert

De synthesizer was de eerste grote liefde van Nicola Andrioli, maar moest uiteindelijk wijken voor achtereenvolgens de klassieke en de jazzpiano. Maar toen hij onlangs samen met Philip Catherine op de planken stond, in het gezelschap van Stéphane Galland, een atypische drummer, en van Federico Pecoraro, de bassist die zich in de popmuziek al net zo thuis voelt als in de jazzfusion, kreeg hij opnieuw zin om het elektronische klavier van stal te halen. Andrioli had de klanken in zijn hoofd en de melodieën zaten klaar in de toppen van zijn vingers. Hij ging spontaan op het aanbod in en daarna kwam alles in een stroomversnelling. Op papier had het nogal ‘seventies’ kunnen klinken, maar niks is minder waar. De muziek heeft iets heel actueels, ze ademt iets organisch en heel erg levends. Ze zit vol nuances, verrassingen en bijzonderheden. Het toetsenspel van Andrioli, dat zelden contemplatief is, bezorgt de toehoorder koude rillingen. Zijn dichterlijke vervoering (tussen de Moog, Fender en synthesizer door bespeelt hij ook de piano) gaat perfect samen met het vurige drumspel van Galland, met de zenuwachtige galop van Pecoraro en met de synthetische klanken van Rosenwinkel die nu eens luchtig en dan weer kosmisch zijn, maar vaak ook scherp en altijd bepalend zijn. Blue notes, een vleugje romantiek, een snuifje atmosferische rock, en deze reis, die onvoorstelbaar verfrissend is, zal uw hart een sprongetje van geluk laten maken. Niet te missen.